ECLI:NL:CRVB:2003:AI1100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en uitspraak over weigering en terugvordering kinderbijslag wegens onjuiste documenten en trage besluitvorming
Appellant, geboren in Pakistan, vroeg kinderbijslag aan voor drie kinderen die in Pakistan verblijven en waarvan de moeder uit een eerder huwelijk zou zijn. De Sociale verzekeringsbank (gedaagde) kende vanaf 1990 kinderbijslag toe, maar weigerde deze vanaf het derde kwartaal van 1995 nadat onderzoek aantoonde dat de geboorteakten niet door bevoegde autoriteiten waren afgegeven. Tevens werd de ten onrechte betaalde kinderbijslag teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar en er volgde een langdurige procedure met onder meer een hoorzitting en aanvullend onderzoek in Pakistan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen betrouwbare documenten had overgelegd. Ook werd het beroep op overschrijding van de redelijke termijn verworpen omdat appellant instemde met termijnverlengingen.
In hoger beroep stelde appellant dat informatie ten onrechte was onthouden en dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de terugwerkende kracht van de weigering. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan ten onrechte informatie had onthouden, wat een schending van fundamentele beginselen van bestuursrecht opleverde. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak, oordeelde dat de weigering van kinderbijslag vanaf het derde kwartaal 1990 terecht was vanwege onbetrouwbare documenten, maar dat de terugvordering van kinderbijslag over dat kwartaal niet rechtsgeldig was vanwege overschrijding van de terugvorderingsperiode.
Verder stelde de Raad vast dat de behandeling van het bezwaar onaanvaardbaar lang had geduurd, waardoor het recht op een redelijke termijn was geschonden. Dit leidde tot de verplichting voor de Sociale verzekeringsbank om proceskosten te vergoeden. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing op bezwaar met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het bestreden besluit en uitspraak worden vernietigd, de weigering en terugvordering van kinderbijslag worden deels gehandhaafd, en de Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.