ECLI:NL:CRVB:2003:AI1113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens schending hoorplicht
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, die door gedaagde op 10 november 1999 werd herzien naar 65 tot 80% met ingang van 11 januari 2000. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, met name tegen de wijze waarop functies waren geselecteerd en gecommuniceerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat gedaagde ten onrechte heeft afgezien van het horen van appellant tijdens de bezwaarprocedure, aangezien appellant nooit uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van dit recht en de hoorplicht restrictief moet worden uitgelegd. Hoewel appellant telefonisch uitvoerig is geïnformeerd over de geselecteerde functies, is dit onvoldoende om de hoorplicht te vervangen.
De medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid wordt door de Raad onderschreven, waarbij verklaringen van een psychiater die pas later werd betrokken, geen aanleiding geven tot herziening. De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens schending van de hoorplicht, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het betaalde recht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.