ECLI:NL:CRVB:2003:AI1306
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag wegens relatie met ondergeschikte Wsw-medewerkster
Verzoeker, een leidinggevend ambtenaar bij een Stichting, werd ontslagen wegens het onderhouden van een seksuele relatie met een onder zijn leiding werkzame Wsw-medewerkster en het afleggen van leugenachtige verklaringen hierover. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het ontslag handhaafde, stelde verzoeker hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak van de rechtbank te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker weliswaar een spoedeisend belang had omdat hij geen inkomsten geniet en geen vast dienstverband kon vinden, maar dat er geen redelijke mate van waarschijnlijkheid bestond dat het ontslag onterecht was. De bevoegdheid van de directeur om het ontslag te verlenen werd bevestigd, evenals het ernstige plichtsverzuim van verzoeker door het aangaan van de relatie en het afleggen van onware verklaringen.
Hoewel de proportionaliteit van het ontslag een afweging vergt die in de bodemprocedure moet plaatsvinden, vond de voorzieningenrechter onvoldoende grond om aan te nemen dat de Raad de uitspraak van de rechtbank niet zou handhaven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslagbesluit wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank blijft gehandhaafd.