ECLI:NL:CRVB:2003:AN8057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim door verzwijgen seksuele relatie met werkneemster
Appellant, werkzaam als leidinggevende bij een stichting, voerde hoger beroep aan tegen zijn strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Het ontslag volgde nadat hij een seksuele relatie had onderhouden met een aan zijn zorg toevertrouwde werkneemster en dit langdurig had verzwegen tegenover de werkgever.
De Raad overweegt dat het aangaan en verzwijgen van een dergelijke relatie, zeker gezien de kwetsbaarheid van de werkneemster en de rol van appellant als persoonlijke begeleider, ernstig plichtsverzuim oplevert. Appellant erkende het niet melden van de relatie, maar betwistte dat dit ontslag rechtvaardigde en ontkende onwaarheid te hebben gesproken over de relatie.
De Raad oordeelt dat appellant zich bewust had moeten zijn van het niet-gelijkwaardige karakter van de relatie en dat zijn gedrag niet acceptabel is binnen de functie. De keuze voor ontslag als zwaarste sanctie wordt niet als onevenredig beschouwd, mede vanwege het voortdurende karakter van het plichtsverzuim en de houding van appellant.
De Raad wijst erop dat de financiële gevolgen voor appellant zwaar zijn, maar dat hij deze had moeten voorzien. De handelwijze van de werkgever na het ontslag, zoals het weigeren van referenties, valt buiten het bestreden besluit. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.