ECLI:NL:CRVB:2003:AI1307
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.J.H. Doornewaard
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvraag voor voorziening voor vervoer voor sociale contacten op basis van niet verlenen van medewerking aan noodzakelijke rapportages
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 17 juli 2003 uitspraak gedaan in het geding tussen eiser, een erkende vervolgde, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Eiser had een aanvraag ingediend voor een voorziening voor vervoer om sociale contacten te onderhouden, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat hij geen medewerking verleende aan de noodzakelijke sociale en medische rapportages. Eiser, geboren op 19 maart 1924, had eerder al enkele bijzondere voorzieningen toegekend gekregen, maar in deze procedure was de vraag of het bestreden besluit van de verweerster in rechte stand kon houden.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 39 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 de aanvrager verplicht is om de inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van het recht op een vergoeding. Aangezien eiser niet aan deze inlichtingenplicht voldeed, kon de verweerster de aanvraag afwijzen. Eiser had in beroep geen nadere gronden aangevoerd voor zijn weigering om medewerking te verlenen, en de Raad concludeerde dat de verweerster in redelijkheid had kunnen besluiten om de aanvraag af te wijzen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep van eiser ongegrond en oordeelde dat er geen termen aanwezig waren voor het toekennen van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van medewerking aan het verstrekken van noodzakelijke informatie in het kader van aanvragen voor voorzieningen op basis van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.