ECLI:NL:CRVB:2003:AI1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding
Opposante stelde op 30 oktober 2002 hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 11 september 2002. De Raad verklaarde dit hoger beroep op 25 maart 2003 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn van zes weken voor het indienen van het beroepschrift. Opposante diende hiertegen een verzetschrift in, stellende dat zij de uitspraak niet kende en direct na bekendwording hoger beroep had ingesteld.
De Raad stelde vast dat de rechtbank de uitspraak op de dag van de uitspraak aangetekend naar het postbusadres van de gemachtigde van opposante had verzonden, maar dat niet was vastgesteld of het poststuk daadwerkelijk aan de gemachtigde of diens medewerkers was aangeboden. Omdat de uitspraak pas na telefonisch contact op 30 oktober 2002 per fax werd ontvangen, kon niet worden uitgesloten dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad oordeelde daarom dat het hoger beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk was en verklaarde het verzet gegrond. Hiermee verviel de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.