ECLI:NL:CRVB:2003:AI1369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Onterecht ontslag gemeenteambtenaar wegens vermeende verduistering kasgelden
Appellant, een medewerker van een gemeentelijke afdeling, werd geschorst en vervolgens ontslagen wegens vermeend plichtsverzuim bestaande uit verduistering van kasgelden via oneigenlijk gebruik van de correctietoets op de kassa. Onderzoeken, waaronder een statistisch onderzoek, wezen op een correlatie tussen zijn aanwezigheid en verdachte kasonttrekkingen.
De appellant werd in een strafrechtelijke procedure vrijgesproken van verduistering. De Raad oordeelde dat het bestuursrechtelijk ontslag onvoldoende was onderbouwd, mede vanwege het beperkte statistische onderzoek dat niet alle medewerkers betrof en het ontbreken van direct bewijs zoals getuigenverklaringen of betrapping op heterdaad.
De Raad bevestigde het besluit tot schorsing maar vernietigde het ontslagbesluit, oordeelde dat het plichtsverzuim onvoldoende was komen vast te staan en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten aan appellant. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens vermeende verduistering wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.