ECLI:NL:CRVB:2003:AI1757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling seizoenmatigheid werkzaamheden beheerder/molenaar voor WW-uitkering
De zaak betreft de vraag of de werkzaamheden van een beheerder/molenaar bij een stichting seizoenmatig van aard zijn, hetgeen bepalend is voor het recht op een WW-uitkering. De appellant, het UWV, stelde dat de werkzaamheden het hele jaar door plaatsvinden in een wisselend patroon en dat er geen relevant arbeidsurenverlies is volgens artikel 16 van Pro de WW. De rechtbank had dit anders geoordeeld en de besluiten van het UWV vernietigd.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de werkzaamheden van gedaagde bestaan uit een samenstel van taken die het hele jaar door worden verricht, zij het met wisselende accenten in zomer en winter. De molen is in de zomer gericht op toerisme, terwijl in de winter onderhoud en administratieve werkzaamheden plaatsvinden, maar de molen is ook structureel op zondag open voor bezoekers. Hierdoor is er geen sprake van seizoenmatige arbeid zoals bedoeld in het Besluit gelijkstelling arbeidsuren.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond. De bestreden besluiten van het UWV, waarin werd vastgesteld dat er geen relevant arbeidsurenverlies is en dus geen recht op WW-uitkering bestaat, worden daarmee bevestigd. Het verzoek om een oordeel over latere wijzigingen in het Besluit gelijkstelling arbeidsuren wordt niet behandeld.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat de werkzaamheden niet seizoenmatig zijn en bevestigt dat geen recht bestaat op WW-uitkering wegens arbeidsurenverlies.