ECLI:NL:CRVB:2003:AJ6877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens leeftijd en visumweigering geen schending EVRM artikel 6
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de Sociale Verzekeringsbank om kinderbijslag toe te kennen voor zijn dochter Ghizlan, die op 21 november 1999 18 jaar werd. Volgens artikel 7 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) bestaat vanaf het eerste kwartaal van 2000 geen recht meer op kinderbijslag voor haar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en deze uitspraak is door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
Appellant kon de zitting niet bijwonen omdat de Nederlandse ambassade in Rabat hem geen visum verstrekte. Hij stelde dat hierdoor zijn recht op een eerlijke en openbare behandeling volgens artikel 6 EVRM Pro was geschonden. De Raad oordeelde dat dit recht kan worden afgewogen tegen andere belangen, zoals de redelijke termijn van behandeling, en dat schriftelijke behandeling van de zaak volstaat aangezien de feiten niet in geschil zijn.
Verder overwoog de Raad dat appellant geen rechtsmiddelen had aangewend tegen de visumweigering en dat het bezwaar kennelijk ongegrond was omdat de wettelijke bepalingen dwingendrechtelijk zijn. Appellants argument dat zijn dochter nog studeert, doet niet af aan het ontbreken van recht op kinderbijslag. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag en oordeelt dat het niet kunnen bijwonen van de zitting door visumweigering geen schending van artikel 6 EVRM is.