ECLI:NL:CRVB:2003:AK3435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- J.Th. Wolleswinkel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over kinderbijslag en huishouden bij buitenlandse werknemer
Betrokkene, een in Nederland verblijvende buitenlandse werknemer, vorderde kinderbijslag voor zijn in Marokko verblijvende kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit op grond van het ontbreken van een gezamenlijk huishouden en onvoldoende onderhoudsbijdragen. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures stelde de rechtbank enkele beslissingen van de Svb in stand, maar oordeelde dat kinderbijslag niet voor alle kinderen geweigerd mocht worden indien voor ten minste één kind onderhoudsbijdragen waren aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep overwogen dat betrokkene gedurende de relevante kwartalen voldoende contact en onderhoudsbetrekkingen met zijn gezin had om te spreken van één huishouden. De Raad vernietigde het besluit van de Svb dat kinderbijslag weigerde over het derde en vierde kwartaal van 1998 en bepaalde dat de Svb een nieuwe beslissing moet nemen. Voor het vierde kwartaal van 2000 bevestigde de Raad het gewijzigde beleid van de Svb dat strengere voorwaarden stelt aan het begrip huishouden vanaf 1 januari 2001.
De Raad veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan betrokkene en verklaarde het hoger beroep tegen een eerder besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het begrip huishouden en de toerekening van onderhoudsbijdragen binnen de Algemene Kinderbijslagwet.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard; het beroep tegen het tweede besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.