ECLI:NL:CRVB:2003:AK4771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th. G.M. Simons
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling noodzaak zelfstandig wonen jongmeerderjarige voor bijzondere bijstand
Gedaagde I ontving bijstand volgens de norm voor alleenstaanden van 21 jaar of ouder. Na huwelijk met de jongmeerderjarige gedaagde II, die toen 18 jaar was, werd de bijstand herzien naar de gehuwdennorm waarbij rekening werd gehouden met de leeftijd van de partners. Gedaagden verzochten bijzondere bijstand wegens hogere kosten door zelfstandig wonen van gedaagde II, maar dit werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna het College van burgemeester en wethouders in hoger beroep ging. De Raad beoordeelde of de noodzaak van zelfstandig wonen van de jongmeerderjarige met de daaruit voortvloeiende hogere kosten aannemelijk was. Hierbij werd verwezen naar de onderhoudsplicht van ouders volgens het Burgerlijk Wetboek en het feit dat het vertrek uit de ouderlijke woning alleen noodzakelijk is als voortzetting van inwoning niet langer van de jongmeerderjarige kan worden gevergd.
De Raad vond geen aanwijzingen dat het vertrek van gedaagde II uit de ouderlijke woning noodzakelijk was en verwierp het beroep. De relatie en geloofsovertuiging van partijen waren niet relevant voor de beoordeling. De Raad concludeerde dat geen hogere noodzakelijke kosten bestonden en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard omdat de noodzaak van zelfstandig wonen niet is aangetoond.