ECLI:NL:CRVB:2003:AK8278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het juiste ontslagbesluit bij weigering ontslaguitkering en wachtgeld
Appellant, werkzaam als penitentiair inrichtingswerker, werd op 15 november 1999 wegens ernstig plichtsverzuim ontslagen. Op 1 december 1999 ontving hij een administratief besluit waarin sprake was van eervol ontslag wegens ongeschiktheid, wat appellant als wijziging van het ontslag interpreteerde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering van een ontslaguitkering ongegrond, omdat het oorspronkelijke disciplinaire ontslag van kracht bleef.
In hoger beroep stelde appellant dat het besluit van 1 december 1999 het eerdere ontslagbesluit had vervangen, en dat het intrekken van dit besluit in september 2000 niet meer van belang was omdat het toen onherroepelijk was. De Raad oordeelde echter dat het ontslagbesluit van 15 november 1999 niet was ingetrokken en dat het besluit van 1 december 1999 slechts een administratief stuk betrof zonder rechtskracht.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde dat appellant geen aanspraak had op ontslaguitkering of wachtgeld, mede omdat het ontslag aan zijn eigen schuld of toedoen te wijten was. Tevens werd vastgesteld dat appellant niet als betrokkene in de zin van het Rijkswachtgeldbesluit kon worden aangemerkt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het eerdere besluit tot weigering van ontslaguitkering en wachtgeld wordt bevestigd.