ECLI:NL:CRVB:2003:AK8409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tijdelijke tewerkstelling politieambtenaar
Appellant, een politieambtenaar, was tijdelijk tewerkgesteld bij een ander team. Hij ontving een brief waarin deze tijdelijke tewerkstelling werd bevestigd en gebaseerd op artikel 64 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Tegen deze brief maakte appellant bezwaar, dat door gedaagde niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de brief volgens gedaagde slechts informatief was en geen besluit met rechtsgevolgen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond, waarbij zij het beroep beperkte tot de brief van 5 april 2000. In hoger beroep betwist appellant ook de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar tegen een tweede besluit van 9 juni 2000, maar de Raad laat deze grieven buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad oordeelt dat de brief van 5 april 2000 wel degelijk een besluit is dat ingrijpt in de rechtspositie van appellant en gericht is op rechtsgevolg, zodat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Verder veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De Raad merkt op dat de tijdelijke tewerkstelling waarschijnlijk valt onder organisatiebeleid zoals bedoeld in artikel 65a van het Barp, en niet onder de bijzondere gevallen van artikel 64 Barp Pro.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de brief over tijdelijke tewerkstelling wordt vernietigd en gedaagde moet opnieuw op het bezwaar beslissen.