ECLI:NL:CRVB:2003:AL1657
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid van weigering toepassing bescheiden schaal regeling bij bijstandsverlening
De zaak betreft een hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar van betrokkene tegen een besluit van 18 juni 2002 gegrond verklaarde. Betrokkene ontving bijstand en had inkomsten uit freelance werkzaamheden. De sociale dienst had deze inkomsten volledig in mindering gebracht zonder toepassing van de bescheiden schaal regeling, omdat geen toestemming was verleend om bedrijfsactiviteiten op bescheiden schaal te verrichten.
De rechtbank oordeelde dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd, maar de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat betrokkene niet als zelfstandige kon worden aangemerkt en dat de sociale dienst de inkomsten correct had verrekend. De voorzieningenrechter vond de eis van voorafgaande toestemming voor toepassing van de regeling niet onredelijk en oordeelde dat de sociale dienst in redelijkheid kon besluiten de regeling niet toe te passen.
Verder was er geen sprake van een toezegging of gerechtvaardigd vertrouwen dat verwervingskosten in mindering zouden worden gebracht. Het hoger beroep van verzoeker werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Er werd geen voorlopige voorziening getroffen en geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit van 18 juni 2002 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.