ECLI:NL:CRVB:2003:AL4249
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van niet meetbare invaliditeitskosten bij opname in verzorgingshuis en de interpretatie van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
In deze zaak, behandeld door de Centrale Raad van Beroep op 26 juni 2003, staat de beëindiging van niet meetbare invaliditeitskosten centraal. Eiseres, erkend als vervolgde onder de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, had een maandelijks bedrag ontvangen ter compensatie van niet meetbare invaliditeitskosten. Dit bedrag werd echter stopgezet door de Pensioen- en Uitkeringsraad, omdat eiseres in een verzorgingshuis was opgenomen, waarvan de kosten door de AWBZ werden gedekt. Eiseres betwistte deze beslissing, stellende dat haar opname niet het gevolg was van haar vervolgingsklachten, maar van haar algehele fysieke onmogelijkheid om zelfstandig te wonen.
De Raad overwoog dat volgens artikel 21b van de Wet geen aanspraak op het bedrag bestaat voor vervolgden die in een inrichting verblijven waarvan de kosten door sociale verzekeringswetten worden betaald, maar dat de wetgever expliciet onderscheid maakt tussen opname wegens ziekten of gebreken die door of in verband met de vervolging zijn ontstaan en andere redenen voor opname. De Raad concludeerde dat de motivering van het bestreden besluit niet in overeenstemming was met de wet, en dat de beslissing van de verweerster niet kon standhouden.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de Pensioen- en Uitkeringsraad op om een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat de verweerster het griffierecht aan eiseres diende te vergoeden. Deze uitspraak benadrukt de noodzaak om de letterlijke tekst van de wet te volgen en de rechtspositie van betrokkenen te waarborgen.