ECLI:NL:CRVB:2003:AL6093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op invaliditeitspensioen versus herplaatsingswachtgeld na volledige herplaatsbaarverklaring
Appellante was sinds 1990 ziek en werd in 1994 volledig herplaatsbaar verklaard met een invaliditeitspercentage van 35 tot 45%. Zij werd in 1995 ontslagen en kreeg aanvankelijk een ziekteuitkering toegekend. Later werd deze uitkering ingetrokken en omgezet in herplaatsingswachtgeld, omdat op grond van de onherroepelijke herplaatsbaarverklaring geen recht bestond op invaliditeitspensioen.
De rechtbank oordeelde dat appellante terecht herplaatsingswachtgeld ontving en geen invaliditeitspensioen. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst het verweer van appellante af dat haar aanvraag als verzoek om herkeuring had moeten worden beschouwd. De omzetting van het herplaatsingswachtgeld naar suppletie in verband met de Wet Privatisering ABP was eveneens terecht.
De Raad overweegt dat het bestuursorgaan bevoegd was de fout in het oorspronkelijke besluit te herstellen, ook al leidde dit tot een nadeel door de beperkte duur van het herplaatsingswachtgeld. Appellante kon zich hierop instellen en had na afloop van de wachtgeldperiode een aanvullend invaliditeitspensioen kunnen aanvragen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: Appellante had geen recht op invaliditeitspensioen maar terecht op herplaatsingswachtgeld en de omzetting naar suppletie was correct.