ECLI:NL:CRVB:2003:AL6248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Disciplinaire straf verplaatsing wegens verboden nevenwerkzaamheden bij Belastingdienst
Betrokkene, werkzaam bij de Belastingdienst, werd beschuldigd van het verrichten van verboden nevenwerkzaamheden, waaronder het invullen van belastingaangiften voor derden en administratieve ondersteuning. Na een intern onderzoek en disciplinaire procedure werd hem een straf van verplaatsing opgelegd.
De rechtbank stelde aanvankelijk dat de hulp aan een kennis (C) verboden was, maar niet de hulp aan een blinde vriend (L). De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en oordeelde dat ook de administratieve werkzaamheden voor L als verboden nevenwerkzaamheden moesten worden aangemerkt. De Raad overwoog dat het begrip 'niet bij machte zijn' ruim moet worden geïnterpreteerd en dat de hulp aan L gerechtvaardigd was, maar de bijkomende administratieve taken niet.
De Raad verwierp het beroep van betrokkene dat het reglement in strijd zou zijn met het Algemeen Rijksambtenarenreglement en vond de opgelegde straf van verplaatsing passend gezien het plichtsverzuim en het risico op herhaling. Het hoger beroep van betrokkene werd afgewezen, het hoger beroep van de Staatssecretaris deels gehonoreerd, en eerdere uitspraken vernietigd. Het besluit tot strafoplegging werd eveneens vernietigd wegens het vervallen van de grondslag.
Uitkomst: De disciplinaire straf van verplaatsing wegens verboden nevenwerkzaamheden wordt bevestigd en het hoger beroep van betrokkene wordt afgewezen.