ECLI:NL:CRVB:2005:AT9966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verlenging toestemming nevenwerkzaamheden ambtenaar
Appellant, ambtenaar bij de Belastingdienst, verrichtte nevenwerkzaamheden in de handel in kunst en antiek via een vennootschap onder firma. De Staatssecretaris van Financiën verleende aanvankelijk toestemming, maar besloot deze niet te verlengen omdat de activiteiten niet langer van zeer geringe omvang waren.
Appellant stelde dat de toetsing onjuist was en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat aan andere ambtenaren wel toestemming was verleend voor soortgelijke nevenactiviteiten. De Raad oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden en dat de weigering tot inzage van het dossier niet onzorgvuldig was.
De Raad vond dat de Staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de genoemde vergelijkbare gevallen niet gelijkwaardig waren, waardoor het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet adequaat was weerlegd. Ook werd geoordeeld dat de intensiteit van de bedrijfsactiviteiten van appellant zodanig was dat de nevenwerkzaamheden niet langer als van zeer geringe omvang konden worden beschouwd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de Staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit om de toestemming voor nevenwerkzaamheden niet te verlengen wordt vernietigd en de Staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.