ECLI:NL:CRVB:2003:AL7280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding premiekosten vrijwillige pensioenopbouw na omzetting VUT naar FPU
Appellante, voormalig ambtenaar van de gemeente Amsterdam, werd ontslagen wegens overtolligheid en kreeg een wachtgeld/VUT-regeling met gegarandeerde uitkeringspercentages en bescherming tegen verhoging van de VUT-leeftijd.
Met de vervanging van de VUT-regeling door de FPU-regeling per 1 april 1997 verviel de verplichte pensioenopbouw, maar bleef vrijwillige voortzetting mogelijk zonder werkgeversbijdrage. Appellante vroeg vergoeding van de premiekosten van deze vrijwillige pensioenopbouw, welke door het College van B&W werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het bestuursorgaan niet verplicht is compensatie te bieden voor nadelige gevolgen van gewijzigde regelgeving, tenzij er specifieke toezeggingen zijn gedaan. Die toezeggingen zijn niet vastgesteld. Ook zijn geen bijzondere omstandigheden of dwang gebleken die tot compensatie zouden verplichten.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding voor premiekosten van vrijwillige pensioenopbouw na omzetting van de VUT-regeling naar de FPU-regeling.