ECLI:NL:CRVB:2003:AL7288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering vergoeding pensioenpremie tijdens FPU-periode na omzetting VUT-regeling
Appellant was werkzaam bij een gemeentelijke dienst en kreeg in 1995 ontslag wegens overtolligheid met een wachtgeld/VUT-regeling die een gegarandeerd uitkeringspercentage en verplichte pensioenopbouw van 50% tijdens de VUT-periode omvatte. In 1997 werd de VUT-regeling vervangen door de FPU-regeling, waarbij geen verplichte pensioenopbouw meer bestond, maar wel een vrijwillige optie zonder werkgeversbijdrage.
Appellant verzocht de gemeente om vergoeding van de pensioenpremie tijdens de FPU-periode, maar dit werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat geen individuele garantie of toezegging was gedaan dat de pensioenopbouw ongewijzigd zou blijven, en dat de gemeente niet verplicht was compensatie te bieden voor het nadeel door de wijziging van de arbeidsvoorwaarden.
Ook werd geen bijzondere omstandigheid vastgesteld die tot compensatie zou leiden. Het feit dat in andere sectoren gunstiger afspraken zijn gemaakt, verplicht de gemeente niet om die voorwaarden voor alle ambtenaren toe te passen. Er was ook geen sprake van druk op appellant om akkoord te gaan met de regeling. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding van de pensioenpremie tijdens de FPU-periode.