ECLI:NL:CRVB:2003:AL7292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding pensioenpremie tijdens FPU-periode na wijziging VUT-regeling afgewezen
Appellant was werkzaam bij de Sluis-, Brug- en Havengelddienst en kreeg ontslag wegens opheffing van zijn betrekking. Hij maakte aanspraak op wachtgeld en een VUT-regeling met een gegarandeerd uitkeringspercentage en verplichte pensioenopbouw van 50% tijdens de VUT-periode. In 1997 werd de VUT-regeling vervangen door de FPU-regeling, zonder verplichte pensioenopbouw maar met een vrijwillige optie zonder werkgeversbijdrage.
Appellant verzocht vergoeding van de pensioenpremie over de FPU-periode, maar het College van B&W van Amsterdam weigerde dit omdat geen individuele garantie bestond en er geen landelijke reparatie was afgesproken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad overwoog dat bestuursorganen in principe niet verplicht zijn om compensatie te bieden bij wijziging van regelgeving na ontslag, tenzij er specifieke toezeggingen zijn gedaan. In dit geval ontbraken dergelijke garanties of bijzondere omstandigheden. Ook het feit dat andere sectoren gunstiger afspraken maakten, verplicht het College niet tot compensatie.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding van de pensioenpremie tijdens de FPU-periode.