ECLI:NL:CRVB:2003:AL7484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging loopbaangesprek ambtenaar bij ministerie
Appellante, werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sinds 1991, werd opgenomen in het Management Development-bestand met het oog op doorgroei naar een managementfunctie. Na diverse gesprekken over haar loopbaanontwikkeling en opleiding, ontstond onenigheid over de invulling van het loopbaangesprek.
De directeur van de afdeling wilde een algemeen trainings- en ontwikkeltraject bespreken, terwijl appellante een concreet loopbaantraject naar een hogere functie verwachtte. Ondanks meerdere gesprekken en correspondentie, leidde dit verschil in verwachtingen tot het besluit van de directeur om het loopbaangesprek als afgerond te beschouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat de toetsing terughoudend moet zijn bij beleidsmatige loopbaanbeslissingen en dat het ministerie voldoende inspanningen had verricht. De beëindiging van het loopbaangesprek was redelijk en niet onredelijk, mede omdat appellante niet meewerkte aan een breed ontwikkeltraject en bleef vasthouden aan een resultaatverplichting.
De Raad bevestigde dat de beëindiging van de speciale loopbaanbegeleiding niet betekende dat appellante geen gebruik meer kon maken van reguliere loopbaaninstrumenten binnen het ministerie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het loopbaangesprek bevestigd.