ECLI:NL:CRVB:2003:AL7811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering WW-uitkering wegens onjuistheid arbeidsgegevens
Appellant had een WW-uitkering ontvangen vanaf december 1993 tot juli 1996. Op grond van onderzoek door de opsporingsdienst stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat appellant meer uren had gewerkt dan opgegeven, waarop het recht op uitkering over bepaalde periodes werd beëindigd en het teveel betaalde bedrag werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat het primaire besluit en het bezwaarbesluit samen een herzieningsbesluit vormden, maar dat het bewijs onvoldoende was om het recht op uitkering over de periodes van 12 december 1994 tot 23 juni 1995 en van 5 september 1995 tot 15 april 1996 geheel te beëindigen.
De Raad vernietigde het besluit voor deze periodes en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit moest nemen. Het besluit tot weigering van uitkering na 1 januari 1997 werd bevestigd, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat voortzetting van de dienstbetrekking redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd. De Raad veroordeelde het Uwv in de proceskosten en wees een vergoeding van betaalde griffierechten toe.
Uitkomst: Besluit tot beëindiging en terugvordering WW-uitkering over bepaalde periodes vernietigd, andere besluiten bevestigd.