ECLI:NL:CRVB:2003:AL8281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering compensatie pensioenopbouw na wijziging VUT-regeling
Appellant, voormalig ambtenaar, kreeg ontslag wegens overtolligheid en werd een wachtgeld/VUT-regeling toegekend met een gegarandeerd uitkeringspercentage en verplichte pensioenopbouw van 50% tijdens de VUT-periode. In 1997 werd deze regeling vervangen door de FPU-regeling, zonder verplichte pensioenopbouw en zonder werkgeversbijdrage bij vrijwillige voortzetting.
Appellant verzocht om compensatie voor de premiekosten van vrijwillige pensioenopbouw tijdens de FPU-periode, maar het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde dit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelt dat belanghebbenden in het algemeen niet mogen vertrouwen op ongewijzigde regelgeving na ontslag en dat het bestuursorgaan niet verplicht is tot compensatie, tenzij er individuele garanties of toezeggingen zijn gedaan. In deze zaak zijn dergelijke toezeggingen niet vastgesteld en zijn er geen bijzondere omstandigheden die compensatie rechtvaardigen.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen compensatie voor pensioenpremies hoeft te worden verstrekt na wijziging van de VUT-regeling in de FPU-regeling.