ECLI:NL:CRVB:2003:AM2553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt disciplinair ontslag wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, werd beschuldigd van plichtsverzuim omdat hij zijn aangifte inkomstenbelasting over 1995 zou hebben vergezeld van valse facturen. Hoewel hij strafrechtelijk werd onderzocht, werd hij in dat traject vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs.
De bestuursrechtelijke procedure betrof het handhaven van zijn ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. De Staatssecretaris van Financiën stelde dat appellant wist dat de facturen vals waren, mede vanwege onregelmatigheden zoals het onzichtbaar maken van telefoonnummers en het gebruik van een semafoonnummer.
De Raad oordeelde echter dat deze feiten onvoldoende waren om te concluderen dat appellant wetenschap had van de valsheid van de facturen. Appellant had consistent betwist dat hij hiervan op de hoogte was en er was geen overtuigend bewijs dat hij redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat de facturen vals waren.
Daarom stelde de Raad vast dat het disciplinaire ontslag niet op een deugdelijke grondslag berustte en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het disciplinaire ontslag van appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van plichtsverzuim.