ECLI:NL:CRVB:2003:AM5327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoud kinderen in Somalië
Appellant, woonachtig in Nederland, verzocht kinderbijslag voor zijn in Somalië verblijvende kinderen. De Sociale verzekeringsbank weigerde dit omdat appellant niet had aangetoond de kinderen in belangrijke mate te onderhouden. In eerste aanleg werd deze weigering bevestigd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk onderhoud had geleverd, onderbouwd met bewijsstukken over een betaling van $2900,- via een geldtransferbedrijf. De Raad overwoog dat normaal bankverkeer met Somalië niet mogelijk was en dat alternatieve bewijsvoering toereikend kan zijn.
De Raad oordeelde dat appellant de betaling in het eerste kwartaal 2000 aannemelijk had gemaakt, maar niet over het vierde kwartaal 1999. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit voor het eerste kwartaal 2000 en beval een nieuwe beslissing. Verder werd appellant in de proceskosten van beide instanties veroordeeld.
Uitkomst: Weigering kinderbijslag over het eerste kwartaal 2000 wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beslissing.