ECLI:NL:CRVB:2003:AM5458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verhuiskostenvergoeding op grond van imperatieve verordening
Appellante, geboren in 1912, vroeg een verhuiskostenvergoeding aan op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Het bestuursorgaan weigerde deze vergoeding omdat zij op 10 januari 2002 een huurcontract voor een aanleunwoning had getekend voordat op haar aanvraag was beslist en zonder schriftelijke toestemming. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat appellante door ziekte of gebrek belemmeringen ondervond bij het gebruik van de toegangstrap van haar oude woning en dat verhuizing naar een adequate woning noodzakelijk was. Het bestuursorgaan heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de ergonomische belemmeringen in de oude en nieuwe woning en heeft geen bijzondere omstandigheden erkend die een uitzondering op de imperatieve bepaling in de Verordening rechtvaardigen.
De Raad concludeert dat het bestuursorgaan de hardheidsclausule niet heeft toegepast en dat het besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom wordt het besluit vernietigd en moet het bestuursorgaan een nieuw besluit nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verhuiskostenvergoeding wordt vernietigd en het bestuursorgaan moet een nieuw besluit nemen.