ECLI:NL:CRVB:2003:AN4506
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.J.H. Doornewaard
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering burger-oorlogsslachtoffer wegens niet voldoen aan vestigingseis en ontbreken oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1942 in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Verweerster wees het verzoek af omdat eiseres ten tijde van de aanvraag niet in Nederland was gevestigd, zoals vereist in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet. De Raad oordeelde dat de anti-hardheidsbepaling uit artikel 3, zesde lid, niet van toepassing was omdat geen dringende medische noodzaak of andere bijzondere omstandigheden waren aangetoond.
Na vestiging in Nederland op 26 juni 2002 werd het verzoek opnieuw getoetst aan de eis dat eiseres getroffen moest zijn door oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet. Eiseres stelde psychische klachten te hebben door ervaringen tijdens de Bersiapperiode en evacuatie, maar de Raad vond geen objectieve aanwijzingen dat zij persoonlijk door oorlogsgeweld was getroffen. Huiszoekingen waren niet persoonlijk gericht en zonder excessief geweld, en er was geen bewijs van levensbedreigende situaties.
De Raad verwierp ook het argument dat erkenning van haar broers en zussen tot een ander oordeel zou moeten leiden, omdat die erkenning gebaseerd was op andere gebeurtenissen en tijdstippen. Gezien het ontbreken van bewijs voor toepassing van de anti-hardheidsbepaling en het ontbreken van oorlogsgeweld, verklaarde de Raad het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de periodieke uitkering gehandhaafd.