ECLI:NL:CRVB:2003:AN4600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij herziening invaliditeitspensioen na privatisering ABP
Appellant verzocht om herziening van zijn invaliditeitspensioen door verwerking van een notulistenvergoeding uit de periode 1982-1985 in de pensioengrondslag. Na administratieve behandeling en bezwaar nam het bestuur van Stichting Pensioenfonds ABP een besluit op 19 mei 2000 waarbij de berekeningsgrondslag werd vastgesteld.
De president van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde zich onbevoegd het beroep tegen dit besluit te behandelen, met toepassing van artikel 8:86 Awb Pro. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank wel bevoegd was, omdat het besluit zou voortvloeien uit een besluit uit 1994 waartegen al rechtsmiddelen waren aangewend.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 61 WpA Pro het overgangsrecht bepaalt dat hoofdstuk S van de Abp-wet blijft gelden voor besluiten genomen vóór 1 januari 1996 of naar aanleiding van verzoeken ingediend vóór die datum. Het besluit van 19 mei 2000 volgde op een verzoek van 15 juli 1997, na de privatisering, waardoor hoofdstuk S niet van toepassing is en de rechtbank terecht onbevoegd is verklaard.
De Raad bevestigde de uitspraak van de president van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af. Hiermee werd de bevoegdheidsvraag definitief beslecht in het voordeel van Stichting Pensioenfonds ABP.
Uitkomst: De rechtbank heeft zich terecht onbevoegd verklaard voor het beroep tegen het herzieningsbesluit invaliditeitspensioen van na 1 januari 1996.