ECLI:NL:CRVB:2003:AN8048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning uitkering bij verstoorde arbeidsverhoudingen ambtenaar
Appellant was sinds 1994 werkzaam bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ervoer verstoorde arbeidsverhoudingen, onder meer door hoge werkdruk en problemen met leidinggevenden. Na ziekte en loopbaanbemiddeling keerde hij in juli 1999 terug onder strikte afspraken over taakinhoud en begeleiding.
Appellant vorderde een hogere uitkering dan het wachtgeld, stellende dat de minister een belangrijk aandeel had in de verstoorde arbeidsverhoudingen. De Raad overwoog dat hoewel de minister aanvankelijk weigerde een functiebeschrijving op te stellen, deze weigering werd teruggenomen en later alsnog een beschrijving zou worden opgesteld. De minister stelde grenzen aan de bemiddeling en afvloeiingsregeling, wat niet onredelijk werd geacht.
De Raad concludeerde dat de minister niet in belangrijke mate verantwoordelijk was voor de verstoorde arbeidsverhoudingen en dat de regeling verbonden aan het ontslag redelijk was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van wachtgelduitkering blijft gehandhaafd.