ECLI:NL:CRVB:2003:AN8059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over maatregel verlaging uitkering en schadevergoeding
Appellant ontving vanaf 1992 een uitkering en kreeg in 1997 een maatregel opgelegd waarbij zijn uitkering met 20% werd verlaagd wegens weigering passende arbeid. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze maatregel en vroeg tevens vergoeding van wettelijke rente en immateriële schade.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de schadevergoeding niet-ontvankelijk en wees het beroep deels af. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de maatregel terecht is opgelegd maar dat de verlaging van 20% onjuist was; correct was 10% voor één maand. De Raad kent appellant vergoeding van wettelijke rente toe over de periode vanaf 1 september 1997.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en relatie met het besluit. De schade wegens verminderde huursubsidie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende concrete gegevens, maar het onderzoek wordt heropend om nader te bepalen of en welke vergoeding mogelijk is.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak geheel, verklaart het beroep gegrond, en bepaalt dat de gemeente Amsterdam het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: De maatregel verlaging uitkering wordt verminderd naar 10% voor één maand, vergoeding van wettelijke rente toegekend, immateriële schade afgewezen en onderzoek naar huursubsidieschade heropend.