ECLI:NL:CRVB:2005:AU0696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid financiële omstandigheden
Appellant ontving sinds 26 april 2001 een bijstandsuitkering. Gedaagde beëindigde de uitkering per 1 november 2002 en trok het recht op bijstand over de periode van 26 april 2001 tot en met 31 oktober 2002 in, omdat appellant een arbeidsovereenkomst had en salaris ontving. De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens ondeugdelijke motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege onduidelijkheid over de financiële situatie van appellant.
De Raad stelde vast dat de bevindingen over de periode tot januari 2002 niet aantonen dat appellant niet van zijn uitkering kon leven. Vanaf januari 2002 bleef onduidelijkheid bestaan over grote kasstortingen en een bankkrediet van €16.000, waardoor appellant zijn inlichtingenplicht schond. Daarom kon gedaagde niet vaststellen of appellant bijstandsbehoevend was vanaf januari 2002.
De Raad herroept het besluit van 5 december 2002 voor het tijdvak 26 april 2001 tot en met 31 december 2002 en bevestigt de intrekking vanaf 1 januari 2002. De aanvraag van 9 mei 2003 werd afgewezen omdat appellant geen relevante wijziging in omstandigheden aantoonde. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering over het tijdvak 26 april 2001 tot en met 31 december 2002 wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van financiële zelfstandigheid en schending van de inlichtingenplicht.