ECLI:NL:CRVB:2003:AN8246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak over intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering functiebelastbaarheid
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van gedaagde vernietigde. De rechtbank oordeelde dat de motivering van de overschrijding van de belastbaarheid in diverse functies onvoldoende was, waardoor slechts twee functies overbleven voor de schatting van de restverdiencapaciteit.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat de uitspraak niet tijdig aan appellant bekend is gemaakt, waardoor het hoger beroep tijdig is ingesteld. De Raad onderzoekt vervolgens de medische en arbeidsdeskundige beoordeling van de belastbaarheid van gedaagde. Uit het dossier blijkt dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen zorgvuldig hebben vastgesteld en dat de professionele eindselectie een deugdelijke weging van de overschrijdingen heeft plaatsgevonden.
De Raad onderschrijft de stelling dat een asterix in het FIS-formulier een aandachtspunt aanduidt en geen automatische overschrijding betekent. De professionele eindselectie nuanceert deze punten en bepaalt de medische aanvaardbaarheid. De Raad acht de motivering van de verzekeringsarts over de overschrijdingen in de relevante functies voldoende en ziet geen aanleiding de uitspraak van de rechtbank in stand te laten.
Daarom vernietigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond. Er worden geen proceskosten toegekend aan partijen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige professionele eindselectie bij de beoordeling van functiebelastbaarheid in WAO-zaken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond.