ECLI:NL:CRVB:2003:AN8473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering wachtgeld wegens verwijtbare werkloosheid na overstap met proeftijd
Gedaagde was sinds 1 september 1998 in vaste dienst bij een basisschool en verloor per 1 maart 2000 zijn functie. Hij trad direct daarna in dienst bij de Vereniging Bescherming van Dieren, maar werd binnen twee weken in zijn proeftijd ontslagen. Gedaagde vroeg daarop een wachtgelduitkering aan op grond van het BWOO, die door appellant werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd omdat gedaagde in de periode tussen 1 en 13 maart 2000 werkzaam was bij de Dierenbescherming en dus niet werkloos was. De Centrale Raad van Beroep corrigeert dit oordeel en stelt dat het BWOO-recht per 1 maart 2000 eindigde door het nieuwe dienstverband, maar per 13 maart 2000 weer herleefde door het ontslag in de proeftijd.
De Raad overweegt dat het verlaten van een vaste betrekking voor een baan met proeftijd een risico op werkloosheid inhoudt en dat gedaagde verwijtbaar werkloos is geworden. Er is geen bewijs geleverd dat de overstap een zodanige positieverbetering inhield dat verwijtbaarheid ontbreekt. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de weigering van wachtgeld in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende weigering van wachtgeld wegens verwijtbare werkloosheid na overstap met proeftijd.