ECLI:NL:CRVB:2003:AN8520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtspositionele maatregelen bij ongeschiktheidsontslag militair na dienstongeval
Appellant, sergeant-majoor bij de aan- en afvoertroepen, werd na medische onderzoeken ongeschikt bevonden voor militaire dienst en als herplaatsingskandidaat aangemerkt. Hij volgde een KAM-opleiding en werd uiteindelijk ontslagen wegens blijvende ongeschiktheid. Diverse bezwaren tegen ontslag en plaatsing werden door de rechtbank ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigt dat appellant niet langer geschikt is voor militaire dienst en dat het ontslag op grond van artikel 39 AMAR Pro terecht is verleend. Het ruimhartige dispensatiebeleid werd beëindigd vanwege de eis van inzetbaarheid voor uitzending, waardoor het handhaven van medisch ongeschikte militairen niet langer mogelijk is. Appellants verzoeken om dispensatie en inkomensgarantie werden afgewezen omdat zijn situatie niet uitzonderlijk genoeg was.
Procedurele beslissingen met betrekking tot bezwaren tegen brieven over ontslagbescherming en dispensatie werden vernietigd wegens onontvankelijkheid. De Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De benoeming van appellant als burgerambtenaar in een passende functie bij Defensie wordt niet als militair dienstverband gezien en verandert niets aan het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens blijvende ongeschiktheid voor militaire dienst wordt bevestigd; verzoeken om dispensatie en inkomensgarantie worden afgewezen.