ECLI:NL:CRVB:2003:AN8947
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken belanghebbende bij herzieningsverzoek na overlijden
Eiseres verzocht om herziening van een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad betreffende de aanspraken van haar overleden echtgenoot op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden waren aangevoerd en omdat postuum ingediende aanvragen volgens de wet niet-ontvankelijk zijn.
Na afwijzing van het bezwaar van eiseres tegen dit besluit, stelde zij beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad beoordeelde of eiseres als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kon worden aangemerkt. De Raad concludeerde dat eiseres geen belanghebbende was omdat het verzoek uitsluitend betrekking had op aanspraken van haar overleden echtgenoot, waardoor haar rechtstreekse betrokkenheid ontbrak.
De Raad oordeelde dat verweerster ten onrechte het bezwaar van eiseres had ontvangen en vernietigde het bestreden besluit. Het bezwaar van eiseres tegen het oorspronkelijke besluit werd alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werd verweerster veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij het herzieningsverzoek.