ECLI:NL:CRVB:2003:AN8948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij tijdelijk inschakelen vroegere werkneemster
Appellante schakelde ter compensatie van het ontslag van haar administrateur een vroegere werkneemster in om werkzaamheden te verrichten die voorheen door de administrateur werden gedaan. Dit gebeurde op basis van een schriftelijke overeenkomst voor een periode van enkele maanden in 1999-2000.
Appellante betwistte dat er sprake was van een verplichte persoonlijke arbeidsverrichting en een gezagsrelatie, omdat de werkneemster een zelfstandige met meerdere opdrachtgevers was. De Raad stelde echter vast dat de aard van het werk, de inhoud van het contract en de feitelijke gang van zaken wezen op een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De werkneemster verrichtte werkzaamheden in een cruciale fase vanuit haar kennis en deskundigheid, vergelijkbaar met een werknemer.
De Raad bevestigde dat er een gezagsrelatie bestond, omdat er overleg, instructies, controle en de mogelijkheid tot beëindiging door appellante waren. Het werk behoorde tot de kern van de bedrijfsvoering van appellante, die verantwoordelijk was voor kwaliteit en voortgang. De Raad zag geen aanleiding om de eerdere uitspraak van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de privaatrechtelijke dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkneemster in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam was.