ECLI:NL:CRVB:2003:AN9041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Kinderbijslag toegekend voor pleegkind ondanks voogdij moeder
Appellant verzocht kinderbijslag voor Daniël, geboren in 1987, maar de Sociale verzekeringsbank wees dit af omdat Daniël volgens hen niet als pleegkind kon worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep stelde centraal of Daniël als pleegkind kon worden beschouwd op grond van artikel 7 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Raad overwoog dat een kind als pleegkind wordt gezien indien het als eigen kind wordt onderhouden en opgevoed, waarbij sprake moet zijn van een nauwe en exclusieve opvoedingsrelatie die duurzaam en bestendig is.
Hoewel de moeder voogdij hield en Daniël haar regelmatig bezocht, concludeerde de Raad dat vanaf oktober 2000 een nauwe en exclusieve relatie bestond tussen appellant en Daniël. Daniël woonde toen definitief bij appellant, die ook de biologische vader en toeziend voogd is. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Sociale verzekeringsbank een nieuw besluit moet nemen, waarbij kinderbijslag toegekend dient te worden.
Uitkomst: De kinderbijslag wordt toegekend aan appellant voor Daniël als pleegkind vanaf het vierde kwartaal van 1999.