ECLI:NL:CRVB:2003:AO0319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Herziening berekening wachtgeld op grond van volledige diensttijd ambtenaar
Appellant, voormalig financieel assistent bij het Nederlands Bureau Brandweerexamens, stelde dat het wachtgeld door gedaagde onjuist was berekend omdat alleen de diensttijd in de laatste betrekking werd meegeteld. Volgens appellant moest de volledige ambtelijke diensttijd worden meegenomen, conform artikel 7, eerste lid, van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 (Rwb).
De Raad overwoog dat het begrip 'diensttijd' in het Rwb niet beperkt kan worden tot de laatste betrekking, omdat dat de garantiebepaling zinledig zou maken. De berekeningsgrondslag voor het pensioen en daarmee het wachtgeld moet worden gebaseerd op het voltijdse salaris in het jaar voorafgaand aan het ontslag en de totale pensioengeldige diensttijd.
De Raad stelde vast dat de rechtbank en gedaagde ten onrechte alleen de diensttijd in de laatste betrekking hadden meegeteld en dat ook de deeltijdfactor niet op de wijze van gedaagde toegepast mocht worden. De uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit werden vernietigd en gedaagde werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij de volledige diensttijd in aanmerking wordt genomen.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het wachtgeld moet worden berekend op basis van de volledige ambtelijke diensttijd en het voltijdse salaris, waardoor het eerdere besluit wordt vernietigd en gedaagde een nieuw besluit moet nemen.