ECLI:NL:CRVB:2003:AO0321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Doorbreking appèlverbod bij evidente schending procesorde en fundamentele rechtsbeginselen
Appellant stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Alkmaar die zijn beroepen op bezwaar niet-ontvankelijk verklaarden wegens overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank had geoordeeld dat de beroepstermijn was begonnen op de dag na verzending van het besluit, niet op de dag van ontvangst van het advies van de Commissie bezwaar en beroep.
Appellant voerde aan dat het appèlverbod niet van toepassing moest zijn omdat de rechtbank in strijd met artikel 6 EVRM Pro geen beslissing had gegeven over een centrale stelling en onjuist toepassing had gegeven aan de Awb. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat geen sprake was van een evidente schending van de eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen.
De Raad benadrukte dat het enkel negeren van een stelling van appellant niet betekent dat geen beslissing is gegeven over het geschil. Ook kon de Raad niet oordelen over de juistheid van de aangevallen uitspraak vanwege het appèlverbod. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Raad verklaarde zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens het appèlverbod en wijst het hoger beroep af.