ECLI:NL:CRVB:2003:AO0335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over ontslaguitkering wegens niet melden nevenwerkzaamheden
Betrokkene, werkzaam als assistant to the manager bij de dienst Marktwezen van de gemeente Rotterdam, kreeg ontslag met een ontslaguitkering toegekend op grond van het Ambtenarenreglement en de WUV 1996. Later bleek dat betrokkene zonder melding optrad als belangenbehartiger van een standplaatshouder, wat in strijd was met voorwaarden voor nevenwerkzaamheden. De gemeente verklaarde daarop de ontslaguitkering geheel vervallen.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld door de erven na het overlijden van betrokkene. De Raad oordeelde dat de sanctie op grond van artikel 2:22 sub e WUV Pro 1996 niet toepasbaar was omdat de beperking van nevenwerkzaamheden niet meer gold na ontslag. Wel was het niet melden van werkzaamheden een overtreding van artikel 2:16 WUV Pro 1996, maar de opgelegde korting van 20% gedurende 16 weken was onevenredig gezien de geringe omvang van de werkzaamheden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met deze overwegingen. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de ontslaguitkering wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen.