ECLI:NL:CRVB:2003:AO0341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering aan niet-rechtmatig verblijvende vreemdeling niet strijdig met internationaal recht
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de weigering van een WW-uitkering aan gedaagde, een Turkse onderdaan zonder rechtmatig verblijf, onrechtmatig achtte.
Gedaagde was sinds 1990 in Nederland en verbleef sinds 1 juli 1998 zonder geldige verblijfsvergunning. Hij werkte in losse dienstverbanden en vroeg op 9 maart 1999 een WW-uitkering aan. Deze werd afgewezen omdat hij niet rechtmatig verbleef en geen geldige tewerkstellingsvergunning had.
De rechtbank oordeelde dat de weigering in strijd was met het discriminatieverbod van het Besluit nr. 3/80 van de Associatieraad EG-Turkije. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en stelt dat de weigering niet strijdig is met artikel 26 IVBPR Pro of het Besluit 3/80, mede gelet op eerdere uitspraken over de Koppelingswet en de Vreemdelingenwet.
De Raad benadrukt dat gedaagde tot de categorie vreemdelingen behoort die na 1 juli 1998 om toelating heeft verzocht, waarvoor de koppelingswetgeving gerechtvaardigd is. Er is geen andere internationale of supranationale regel die recht op uitkering verleent. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering blijft in stand.