ECLI:NL:CRVB:2003:AO0351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlengd wachtgeld op 40% van laatstelijk genoten bezoldiging
Appellant, werkzaam in het hoger beroepsonderwijs, kreeg per 1 januari 1990 ontslag met toepassing van de 50+ regeling en werd een wachtgeld toegekend volgens het Invoeringsbesluit. Later werd het verlengde wachtgeld vastgesteld op 40% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging (LGB). Appellant stelde dat hij op grond van gewekte verwachtingen recht had op 70% van de LGB, verwijzend naar het Sociaal Beleidskader HBO en ministeriële brieven.
De Raad oordeelde dat het Invoeringsbesluit van hogere orde is dan het Sociaal Beleidskader HBO en dat appellant zich had moeten informeren over zijn rechten, aangezien het Invoeringsbesluit al twee jaar van kracht was bij zijn ontslagaanvraag. De ministeriële brieven en het Sociaal Beleidskader konden geen hogere verwachtingen scheppen dan het Invoeringsbesluit. Bovendien bood het toekenningsbesluit geen aanknopingspunt voor een hoger percentage dan 40%.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er was geen grond om af te wijken van het Invoeringsbesluit op basis van gewekte verwachtingen. Ook de proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak werd op 4 december 2003 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verlengde wachtgeld van appellant is terecht vastgesteld op 40% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging.