ECLI:NL:CRVB:2003:AO0386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- A.B.J. van der Ham
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor premieachterstand sociale werknemersverzekeringen
Appellant is hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies sociale werknemersverzekeringen over de jaren 1994 tot en met 1996 en een boete over 1995. De rechtbank vernietigde de aansprakelijkstelling voor 1996 wegens onvoldoende motivering, maar liet de rest in stand. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant als medebestuurder mede verantwoordelijk is voor het wanbeleid dat leidde tot de premieachterstand, en dat hij zich niet kan disculperen door te wijzen op het wanbeleid van zijn mededirecteur.
De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht het beroep voor het premiejaar 1996 gegrond verklaarde vanwege een gebrekkige motivering, maar dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven op basis van het feitencomplex van eerdere jaren. Verder wordt de boete over 1995 met 10% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, aangezien er ruim 5,5 jaar verstreken is tussen aansprakelijkstelling en definitieve uitspraak.
De Raad wijst het beroep af voor het overige en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het boetebedrag over 1995 vastgesteld op € 1.572,76. De Raad volgt appellant niet in zijn standpunt dat ten onrechte een bedrag van f 203,-- in de aansprakelijkstelling is betrokken, aangezien dit bedrag niet tot de onbetaalde premies behoort.
Uitkomst: Appellant blijft aansprakelijk voor premies 1994-1995, boete 1995 wordt met 10% gematigd wegens termijnoverschrijding.