ECLI:NL:CRVB:2003:AO0975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim tijdens proefperiode voorwaardelijk ontslag
Appellant was sinds 1985 werkzaam als penitentiair inrichtingswerker en kreeg op 8 februari 2000 een voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim. Tijdens de proefperiode meldde appellant zich op 18 januari 2001 zonder berichtgeving ziek en verscheen niet op zijn werk. Na meerdere pogingen tot contact bleek appellant hoofdpijn te hebben en zich ziek te voelen, maar hij kwam die dag niet meer op zijn werk.
Gedaagde legde appellant schorsing en vervolgens onvoorwaardelijk ontslag op wegens overtreding van voorschriften bij ziekte. Appellant voerde aan dat zijn verzuim te wijten was aan bijwerkingen van medicatie en mogelijk een epileptische aanval, en dat gedaagde onzorgvuldig had gehandeld door geen bedrijfsarts te raadplegen.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was, dat de bedrijfsarts wel was gehoord tijdens bezwaar en dat het achterwege laten van raadpleging vooraf geen vernietiging rechtvaardigde. Ook was niet aannemelijk dat het verzuim uitsluitend door medische omstandigheden werd veroorzaakt. Het ontslag werd daarom bevestigd, waarbij het belang van tijdige aanwezigheid en afmelding in een penitentiaire inrichting werd benadrukt.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim tijdens de proefperiode van het voorwaardelijk ontslag wordt bevestigd.