ECLI:NL:CRVB:2003:AO1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering bijzondere bijstand voor woon- en verhuiskosten bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellante, woonachtig in een huurwoning, werd in juli 1999 opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Tijdens haar opname kocht zij een woning en verhuisde begin 2000, waarna zij bijzondere bijstand voor woon- en verhuiskosten aanvroeg. De gemeente Emmen wees deze aanvragen af, omdat zij geen noodzakelijke kosten achtte en geen bijzondere omstandigheden zag voor de verhuiskosten.
De rechtbank oordeelde dat appellante tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toonde door niet te kiezen voor een huurwoning met huursubsidie, maar stelde dat de woonkosten van de koopwoning wel als noodzakelijke kosten konden gelden. De rechtbank vernietigde het besluit voor woonkosten en handhaafde de weigering voor verhuiskosten.
De Raad bevestigt de weigering van bijstand voor verhuiskosten omdat geen aanvraag voorafgaand aan verhuizing was gedaan en geen bijzondere omstandigheden waren. Voor woonkosten stelt de Raad dat appellante door haar keuze voor een koopwoning bewust de mogelijkheid op huursubsidie uitsloot en daarmee tekortschietend verantwoordelijk was. De Raad vernietigt het besluit van blijvende weigering van woonkostenbijstand en bepaalt dat een nieuw besluit met een passende tijdelijke maatregel moet worden genomen.
De Raad wijst op de wettelijke wijziging die blijvende weigering wegens tekortschietend besef uitsluit en benadrukt dat een maatregel tijdelijk moet zijn, met beoordeling van ernst, verwijtbaarheid en omstandigheden. De gemeente moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van bijstand voor verhuiskosten en vernietigt het besluit tot blijvende weigering van bijstand voor woonkosten, met opdracht tot nieuw besluit met tijdelijke maatregel.