ECLI:NL:CRVB:2003:AO1147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting bijstand tijdens verblijf buitenland na overschrijding gebruikelijke vakantieduur
Appellante vertrok in december 1999 met toestemming voor vier weken naar Iran, maar kon door diefstal van haar paspoort en geld niet tijdig terugkeren. De gemeente schortte de bijstand op per 1 januari 2000 en beëindigde deze met terugwerkende kracht vanaf 1 december 1999 wegens het niet indienen van een inkomstenverklaring. Na bezwaar werd de intrekking deels teruggedraaid en bijstand verleend tot 13 januari 2000, waarna de uitkering werd stopgezet vanwege overschrijding van de gebruikelijke vakantieduur.
De Raad oordeelt dat de beleidsregel die een verblijf in het buitenland langer dan vier weken voor de b-categorie niet toestaat redelijk is en niet in strijd met wettelijke of algemene rechtsbeginselen. De beperking is mede gebaseerd op het belang van arbeidsinschakeling en controle op het recht op bijstand. Appellante viel niet onder de a-categorie en had arbeidsverplichtingen, waardoor de overschrijding van de verblijfsduur niet geoorloofd was.
Verder is geen sprake van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 11 Abw Pro die een uitzondering op het beleid rechtvaardigen. De Raad concludeert dat de gemeente terecht geen bijstand verleende voor de resterende periode van het verblijf in het buitenland en bevestigt het bestreden besluit zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante geen bijstand ontvangt voor de periode dat zij langer dan de gebruikelijke vakantieduur in het buitenland verbleef.