ECLI:NL:CRVB:2003:AO1148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- R.M. van Male
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Afwijzing premie werkaanvaarding op grond van gemeentelijke verordening bevestigd
Gedaagde ontving vanaf 28 augustus 1997 een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na het aanvaarden van werk per 1 januari 1999 werd de uitkering beëindigd. Gedaagde vroeg een premie werkaanvaarding aan op basis van een gemeentelijke verordening die voortvloeit uit de Wet inschakeling werkzoekenden. Deze aanvraag werd op 30 juni 1999 afgewezen omdat gedaagde minder dan twee jaar een Abw-uitkering had en de werkaanvaarding niet voortkwam uit een trajectplan zoals bedoeld in artikel 70, derde lid, van de Abw.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het gevolgde inburgeringsprogramma als arbeidstraject kon worden aangemerkt. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat een inburgeringsprogramma niet kan worden gezien als een arbeidstraject in de zin van artikel 70, derde lid, Abw, omdat het hoofddoel niet gericht is op het vergroten van arbeidsinschakelingsmogelijkheden, maar op algemene integratie in de Nederlandse samenleving.
Omdat gedaagde het beroep op individuele omstandigheden (artikel 13 van Pro de Verordening) niet langer handhaafde, verklaarde de Raad het beroep ongegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de premie werkaanvaarding wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.