ECLI:NL:CRVB:2003:AO1411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluit bezwaar WAO-uitkering
Appellante maakte tijdig bezwaar tegen de weigering van een WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Het bezwaar werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.
De Raad overweegt dat appellantes raadsman weliswaar laat werd ingeschakeld, maar tijdig een uitstelverzoek heeft gedaan om de bezwaargronden nader te onderbouwen, mede vanwege het opvragen van medische gegevens. Dit uitstelverzoek was redelijk en diende te worden gehonoreerd.
De Raad oordeelt dat het Uwv onredelijk heeft gehandeld door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en vernietigt het bestreden besluit. Het Uwv moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante in zowel eerste aanleg als hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 25 november 2003.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard onterecht; het besluit wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen.