ECLI:NL:CRVB:2003:AO1480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beleid vergoeding scholingskosten bij aanvang opleiding vóór werkloosheid
De zaak betreft een geschil tussen het UWV en een werkloze werknemer over de vergoeding van scholingskosten. De werknemer was gestart met een NT2-opleiding vóór het intreden van haar werkloosheid en vroeg vergoeding van de kosten met behoud van uitkering. Het UWV weigerde de vergoeding omdat de opleiding was aangevangen voordat de werkloosheid was ingetreden en voordat toestemming was verleend.
De rechtbank had het bezwaar van de werknemer gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd, stellende dat de werknemer vanaf het moment van werkloosheid tot afronding van de opleiding recht had op een evenredige vergoeding. Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat het beleid om geen vergoeding te geven bij aanvang vóór werkloosheid niet onredelijk is en dat wettelijke regelingen voor vergoeding van scholingskosten pas later in werking traden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het beleid van het UWV niet onredelijk is en dat de wetgever de uitvoering van scholingsactiviteiten als beleidsruimte aan het UWV heeft gegeven. Er was geen sprake van een recht van de werknemer op vergoeding zonder meer. Ook was er geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen bij de werknemer dat vergoeding zou volgen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het UWV gegrond, waarmee het besluit van het UWV om de vergoeding te weigeren in stand bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van vergoeding van scholingskosten blijft in stand.